Dutch Postgraduate School for Art History
English flagNederlands vlag
Nieuws
Werkgroep Stedengeschiedenis: Kijken naar kadasterkaarten
Geplaatst op 07-03-2019

Werkgroep Stedengeschiedenis: Kijken naar kadasterkaarten

 

Op 28 maart 2019 organiseert de werkgroep Stedengeschiedenis een studiemiddag bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Smallepad 5, 3811 MG Amersfoort onder de titel “Kijken naar kadasterkaarten, kansen en beperkingen van een rijke bron”

De studiedag is gratis voor eenieder toegankelijk; voorzover nog niet gedaan, wel graag aanmelden via jan@jvdn.nl o.v.v. Kadasterkaarten. Informatie kan worden ingewonnen bij Jan van den Noort 06-4970 6455 of via www.stedengeschiedenis.nl.

 

programma

voorzitter:           Dr. Marinke Steenhuis (Steenhuis Meurs, Rotterdam)

13:00-13:30         Ad van Liempt (stedenbouwer), ‘Van kadastrale informatie naar ruimtelijke historie’

13:30-14:00         discussie

14:00-14:30         Ir. René van der Schans (cartograaf en landmeter), ‘Kadastrale percelen in hulpkaarten: op zoek naar een stedelijke context’

14:30-15:00         discussie

15:00-15:30         koffie en thee

15:30-16:00         Drs. Mark Raat (historicus), ‘Uitdagingen, mogelijkheden en representativiteit van fiscaal-administratieve bronnen’

16:00-16:30         discussie

 

AD VAN LIEMPT, VAN KADASTRALE INFORMATIE NAAR RUIMTELIJKE HISTORIE Het kadaster legt allerlei ontwikkelingen van percelen vast, zoals gebruik, bebouwing en eigendomssituatie; informatie die niet snel in andere bronnen te vinden is. Door dit kadastrale raamwerk te combineren met de resultaten van aanvullend historisch onderzoek ontstaat een tamelijk compleet overzicht van de ontwikkeling door de tijd, waaruit vervolgens stedenbouwkundige, demografische, bouwkundige en andere informatie kan worden afgeleid.

Van Liempt heeft die methode met succes toegepast op een onderzoek naar arbeiderswoningen in de gemeente Waalwijk. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden daar voor arbeiders in de schoen- en lederindustrie 600 huisjes gebouwd, in en achter de bestaande woningen, Op het hoogtepunt bestond bijna 50% van de Waalwijkse woningvoorraad uit dit soort arbeidershuisjes.

Het onderzoek bracht met grote waarschijnlijkheid alle locaties in beeld, waardoor een betrouwbare relatie kon worden gelegd met andere informatie, zoals de economische ontwikkeling van de leer- en schoennijverheid, de ontwikkeling van de bebouwings- en woningdichtheid, de kwaliteit van de woningen, stedenbouwkundige ontwikkelingen enzovoort.

Bij zijn onderzoek naar de ruimtelijke historie van het dorp Hintham, vandaag de dag een wijk van Den Bosch, ging Van Liempt op vergelijkbare wijze te werk, zij het dat hier geen specifiek woningtype centraal stond maar de ontwikkeling van het hele dorp tot 1950.

 

RENE VAN DER SCHANS, KADASTRALE PERCELEN IN HULPKAARTEN: OP ZOEK NAAR EEN STEDELIJKE CONTEXT Sinds 1832 houdt het Kadaster de eigendomstoestand in Nederland bij door middel van kaarten en registers, tot ongeveer 1990 op papier en momenteel helemaal digitaal, maar wel met een vergelijkbare inhoud. De registers, in het bijzonder de kadastrale leggers zijn grotendeels bewaard gebleven. Dat geldt ook voor het minuutplan van 1832. Maar latere kaarten, waarop de toestand in een bepaald jaar is vastgelegd, zijn zeldzaam.

De kaarten werden bijgehouden door de vervallen situatie weg te krassen en de nieuwe in te tekenen. Wanneer het papier te dun werd, kwam er een actuele kopie voor in de plaats en werd de oude kaart meestal weggegooid. Jammer, maar geen nood: alle veranderingen werden ook bijgehouden op zogenaamde hulpkaarten, en die zijn wel bewaard gebleven, afgezien van oorlogsgeweld. In de Archiefviewer van het kadaster zijn ze in gescande vorm raadpleegbaar.

Nederland en België, dat een verwant systeem heeft, zijn waarschijnlijk de enige landen waarvan de ruimtelijke geschiedenis van jaar tot jaar gedetailleerd is vastgelegd en kan worden gereconstrueerd. Maar de hulpkaarten zijn vaak akelig leeg. Daar staan alleen veranderingen op, soms zelfs de splitsing van een enkel perceel. Waar lag dat nou, van wie was het, wat gebeurde ermee, van welk ruimtelijk/maatschappelijke processen maakte het deel uit, bijvoorbeeld stratenaanleg en verbreding in de stad? Kortom, hoe reconstrueer je de rijke context van deze zo bescheiden vlekjes op het papier? En hoe maak je de resultaten van dit knap  ingewikkelde monnikenwerk beschikbaar en zichtbaar voor een groter publiek? 

 

MARK RAAT, UITDAGINGEN, MOGELIJKHEDEN EN REPRESENTATIVITEIT VAN FISCAAL-ADMINISTRATIEVE BRONNEN Menig onderzoeker die historische huizen en percelen wil lokaliseren loopt tegen dezelfde uitdagingen aan. Ná de invoering van het kadaster in 1832 is het relatief eenvoudig: de nauwkeurig ingetekende minuutplans sluiten vaak goed aan op hedendaags kaartmateriaal. Bij prekadastrale kaarten, als ze al voorhanden zijn, is koppeling veel minder eenvoudig. Meestal is men aangewezen op andere (perceel)gegevens, liefst zo dicht mogelijk bij 1832. Te denken valt aan notariële akten en belastingregisters (schoorsteengeld, verpondingskohieren, brandspuitgeld, enz.). Daarbij is het zaak om informatie over eigenaren, gebruikers, oppervlakte of fiscale waarde in de tijd aan elkaar te koppelen. Zo valt te achterhalen welke boeren in de loop der eeuwen het stukje grond achter de dorpskerk beheerden, of waar die verre voorouder precies woonde in 1750.

Bij zijn onderzoek naar huizen in Friese steden en landerijen in de regio West-Friesland is Mark Raat op zoek naar een systematische aanpak van dergelijk onderzoek. Daarbij blijkt het zorgvuldige karakter van vroegmoderne fiscale registraties van onschatbare waarde. Koppelen van huizen en percelen voor gehele dorpen, wijken of steden brengt evenwel andere vraagstukken aan het licht. Opvallend is de consistentie van gegevens over oppervlakte en fiscale waarde van onroerend goed. Soms zijn hierin 250 jaar lang geen mutaties geregistreerd, wat wellicht geen recht doet aan de werkelijkheid. Hoe gingen de betrokken ambtenaren uit de 16e, 17e en 18e eeuw eigenlijk te werk bij het samenstellen van hun registers? Zijn de gegevens uit fiscaal-administratieve bronnen eigenlijk wel representatief? Op deze en andere vragen gaat Mark Raat in aan de hand van enkele voorbeelden.

Copyright © 2019 Onderzoekschool Kunstgeschiedenis | Site design de Spinnerij webdesign